Laatste berichten

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

Hoofdmenu | januari 2006 »

31 december 2005

Nieuw-Nederland

In 1609 ontdekt de Engelsman Henry Hudson met zijn schip 'Halve Maen' het eiland Manhattan. Aangezien hij de reis maakt in dienst van de VOC eist hij het gebied voor Nederland op. In de jaren daarna vestigen zich veel kolonisten. Zij stichten samen de kolinie Nieuw-Nederland met nederzettingen als Fort Oranje en Fort Nassau.

In 1625 wordt Nieuw-Amsterdam gesticht (op de zuidelijke punt van het huidige Manhattan), wat het bestuurlijk centrum van de nieuwe kolonie wordt. Een jaar later wordt door de directeur van de kolonie, Peter Minuit, Manhattan voor 60 gulden gekocht van de Indianen.

In 1664 stuurt Engeland een sterke oorlogsvloot. Nieuw-Nederland wordt geruild tegen Brits Guyana (Suriname) en omgedoopt tot New York.

30 december 2005

De VOC

De Verenigde Oostindische Compagnie wordt in 1602 opgericht. De handelsvereniging krijgt van de Nederlandse overheid het monopolie op de handel met Azië. De VOC heeft daarbij het recht gebieden te bezitten, oorlogen te voeren en internationale verdragen te sluiten. Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt speelt hierin een belangrijke rol. In de twee eeuwen van haar bestaan groeit de VOC uit tot het grootste bedrijf ter wereld. De VOC wordt eveneens gezien als het eerste bedrijf dat aandelen uitgeeft.

De VOC bestaat uit zes kamers, die zijn gevestigd in de steden Amsterdam, Middelburg, Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn. De vertegenwoordigers van deze kamers komen bij elkaar als de Heeren Zeventien. Er wordt handel gedreven met onder meer Japan, China, de Molukken, Thailand, India, Vietnam, Cambodja en Taiwan.

In 1606 vertrekt een VOC-schip (De Duyfken) vanuit Banda, een van de Molukse eilanden, in de richting van Nieuw-Guinea. Het doel van de tocht, die onder leiding staat van Willem Janszoon, is de mogelijkheden voor handel onderzoeken. Bij de Golf van Carpentaria doemen de contouren van een nieuw continent op: Australië. Willem Janszoon wordt de eerste Europeaan die een deel van dit continent in kaart brengt.

In 1609 komt er een VOC-schip (De Griffioen) aan in Japan. Van de shogun krijgt de VOC een handelspas die toegang geeft tot de Japanse havens. Ook mag de VOC zich vestigen op het eilandje Hirado (Firando). In 1641 wordt de VOC gedwongen naar het eilandje Deshima te verhuizen. Tot 1853 zijn de Nederlanders de enige westerlingen die in Japan handel mogen drijven.

In 1612 tekent Sultan Achmed van het Ottomaanse Rijk een handelsverdrag met de Nederlanden. De Perzische tapijten zijn zeer geliefd bij de Hollanders en de import van tulpen ontketent een ware manie. Tulpenbollen worden voor duizenden guldens verkocht.

In 1618 vertrekt het schip de 'Nieuw-Hoorn' naar Java. Op 19 november 1619, als het schip op de hoogte van de Straat van Soenda is aangekomen, gebeurt er een ramp. Door toedoen van een scheepsmaatje vliegt het schip in brand. Het vuur bereikt snel de kruitvaten en het hele schip vliegt de lucht in. Wonder boven wonder overleeft schipper Willem IJsbrantszoon Bontekoe de ontploffing. Samen bereikt hij met de andere overlevenden na een barre tocht per sloep het eiland Sumatra. Het reisjournaal van Bontekoe wordt na publicatie een bestseller in de Republiek.

In 1619 vestigt Jan Pieterszoon Coen een Nederlandse thuisbasis in de stad Batavia (Jakarta). Batavia wordt hét centrum van de Aziatische handel en bestuur.

In 1642 krijgt Abel Janszoon Tasman de opdracht om vanuit Batavia een ondekkingsreis te maken naar het 'Grote Zuidland' (Australië). Gouverneur-Generaal van Diemen moet daarbij alles schetsen wat hij tegenkomt. Via Mauritius vaart hij oostwaarts en ontdekt op 24 november per toeval Tasmanië en op 13 december Nieuw-Zeeland. Dit laatste noemt hij Van Diemenland of Statenland.

In 1650 sticht de VOC een handelsvestiging in Bassora (het huidige Basra, in Irak). De Compagnie handelt in specerijen, suiker, Indiase textiel en meer exotische producten als wierook en mirre.

In 1652 landt Jan Anthoniszoon van Riebeeck in Zuid-Afrika. Hij is uitgezonden om aan de voet van de Tafelberg een verversingsstation te stichten voor de VOC-schepen. Van Riebeeck heeft 82 mannen en 8 vrouwen bij zich. Zij bouwen Fort Kaap de Goede Hoop, telen fruit en groenten. De plaatselijke bevolking (de Hottentotten) worden verdreven. Van Riebeeck legt hiermee de grondslag van de Nederlandse gemeenschap waaruit later de Republiek Zuid-Afrika zal voortkomen.

In 1656 verovert de VOC Colombo. Veel Nederlanders vestigen zich er als vrijburgers. In 1658 worden de Nederlanders alleenheerser op Ceylon (Sri-Lanka).

Gedurende de 18e eeuw gaat het achteruit met de VOC voornamelijk door toename van de Engelse en Franse concurrentie. De invasie van de Fransen en de oprichting van de Bataafse Republiek betekent het einde van de VOC.

29 december 2005

Leeghwater

In 1607 wordt begonnen met het droogleggen van de Beemster. Dit met als doel het winnen van vruchtbaar land. Waterbouwkundige Jan Adriaenszoon (Leeghwater) heeft de leiding over de onderneming. Door middel van 47 windmolens pompt hij het meer van 40 vierkante kilometer leeg.

In navolging van de Beemster zijn in Nederland veel binnenmeren ingepolderd. Het resultaat van de droogleggingen typeerd het Nederlandse landschap. Naar oppervlakte liggen dan ook 95% van alle Europese droogmakerijen in Nederland.

28 december 2005

Willem Barentz

In 1595 vindt de eerste Nederlandse reis naar Oost-Indië plaats. Op 12 april vertrekt een vloot van de rede van Texel om Azië 'om de Zuid' (via Afrika) te bereiken. De vloot arriveert op 26 juni bij Bantam. Op 10 augustus komt men gehavend en met een bescheiden lading weer aan in het vaderland.

In hun streven naar het vinden van een kortere weg naar de Oost proberen de Nederlanders in 1596 een route over de Noordpool. Twee schepen gaan vanuit Amsterdam op weg. Op het ene schip Jan Corneliszoon Rijp, op het andere Jacob van Heemskerck. De leiding van de expeditie is in handen van Willem Barentz. Samen ontdekken ze Bereneiland en Spitsbergen. Terug op Bereneiland wordt de expeditie gesplitst. Rijp probeert westelijk van Spitsbergen een verdere doorvaart te vinden. Barentz vertrekt richting Nova Zembla maar komt in september vast te zitten tussen ijsschotsen. Tot mei 1597 moeten ze daar overwinteren. Van aangespoeld drijfhout wordt een huis gebouwd, dat bekend staat als 'Het Behouden Huys'.

Op de terugweg overlijdt Barentz. In Kola worden de overlevenden van de expeditie opgepikt door een Nederlands handesschip onder leiding van Rijp, die al in 1596 terugkeerde naar Nederland.

De resten van 'Het Behouden Huys' werden in 1871 gevonden door een Noorse walvisvaarder.

23 december 2005

Charles Dickens

Schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 te Landport, Engeland, als zoon van John Dickens en Elizabeth Barrow. Rond zijn tiende jaar verhuisde zijn familie vanuit Catham, Kent (waar hij sinds zijn vijfde woonde) naar Camden Town in Londen. Door financiële moeilijkheden van zijn vader werd Charles op twaalfjarige leeftijd gedwongen zijn school te verlaten om te gaan werken in een Londense schoensmeerfrabriek. Toen de familieomstandigheden na enkele jaren verbeterde liet zijn moeder hem niet direct terugkeren naar school, wat hij haar erg kwalijk nam. In mei 1827 kwam Dickens te werken op een advocatenkantoor. Hij leerde stenografie, werd na enige tijd verslaggever en uiteindelijk auteur.

Veel van zijn werken verschenen in eerste instantie in de vorm van feuilletons die maandelijks in gedeelten verschenen en pas later in boekvorm. Grote bekendheid verwierf hij met Pickwick Papers (1836-7); binnen enkele jaren groeide hij uit tot de meest populaire en gerespecteerde schrijver van zijn tijd. Hierna verschenen snel achtereen Oliver Twist (1837), Nicholas Nickleby (1838-9) en The Old Curiosity Shop (1840-1). Andere zeer bekende werken zijn onder andere: A Christmas Carol (1843), David Copperfield (1849-5), Bleak House (1852-3), Hard Times (1854), A Tale of Two cities (1954), Great Expectations (1860-1) en Our Mutual Friend (1864-5).

Zijn boeken worden gekenmerkt door sterke karakterschetsen, goed opgebouwde verhaallijnen, grijpende plotten en een poëtische- en humoristische schrijfstijl. Een zeer belangrijk thema in zijn werk is de leefomstandigheden van arbeiders.

In 1842 reisde Dickens naar de Verenigde Staten, waar hij onder andere pleitte voor de afschaffing van slavernij. Uit zijn huwelijk met Catherine Hogarth werden tien kinderen geboren. In 1858 eindigde het huwelijk in een scheiding. Op 9 juni 1865 was hij betrokken bij een treinongeluk waarbij zes treinwagons vanaf een brug ontspoorden. Dickens was ondergebracht in de enige nog op de rails staande eersteklas wagon. Hij reisde op dat moment met de actrice Ellen Ternan, zijn gezelschapsdame en waarschijnlijk maîtresse. Dit bleef zij tot aan zijn dood.

In zijn laatste jaren gaf hij geregeld lezingen. De energie die hij in deze lezingen stak zouden bijgedragen hebben aan zijn dood. Exact vijf jaar na het treinongeluk, op 9 juni 1870, overleed hij aan de gevolgen van een beroerte.

Sinds zijn dood heeft hij weinig aan populariteit ingeboet en is hij nog steeds één van de meest gelezen engelse auteurs. Tenminste 180 films en tv-series bevestigen dit succes. Zijn laatste werk, The Mystery of Edwin Drood, bleef onvoltooid. Hij werd begraven in de Poets' Corner in Westminster Abbey, Londen.

22 december 2005

Kerstgebruiken en -symbolen

Kerstboom

De kerstboom is oorspronkelijk een vruchtbaarheidssymbool. Lang voor de geboorte van Jezus werden sparren versierd met zonnen, manen, sterren, appels, eieren en zaden als offers aan de goden. Luther verklaarde begin 16e eeuw de kerstboom tot symbool van de geboorte van Jezus. De boom herinnert de christen aan de boom in het paradijs, de kerstballen aan de vruchten waarvan Adam en Eva aten en de piek staat voor de ster die de Wijzen naar de geboorteplaats van Jezus bracht. Eerst stond de boom alleen in de kerken, eind 19e eeuw haalden de mensen de kerstboom hun huiskamer binnen.

Kerstballen

Kerstballen werden oorspronkelijk voor de ramen gehangen om vervloekingen en boze geesten te weren. Het was de bedoeling dat een kwaadwillende geest gehypnotiseerd zou raken door de schittering van de bal. Als de geest de bal aanraakte werd hij geabsorbeerd en raakte deze gevangen in de bal.

Kerstman

De kerstman is een afstammeling van Sinterklaas. Zo gaat hij (net als Sinterklaas) terug op Sint Nicolaas, de bisschop van Myra. Door emigranten is het Sinterklaasgebruik meegenomen naar Amerika, waar Sinterklaas om werd gedoopt tot Santa Claus.

De maretak

Het gebruik van de maretak is terug te voeren op een legende waarin de moeder van de zonnegod Baldur, Frigga, een droom krijgt dat als Baldur zou sterven, al het leven op aarde zal ophouden. Frigga vraagt daarop alle elementen en dieren haar zoon te sparen. Dat beloven ze allemaal. Frigga vergeet echter de maretak te vragen. Baldur's blinde broer wordt op een dag overgehaald om een maretak naar Baldur te gooien waardoor Baldur sterft. De aarde treurt drie dagen en alles ziet er kaal en dor uit. Frigga huilt bittere tranen. Deze tranen groeien uit tot maretakbessen en deze besjes brengen Balder spoedig weer tot leven. Vanaf die dag is de maretak het symbool ter bescherming tegen onheil en gevaar.

Kerstkaarten

Het versturen van kerst- en nieuwjaarsgroeten door middel van kaarten stamt uit de 19e eeuw. De Engelse tekenaar John Callcott Horsley maakte in 1843 de eerste kerstkaart met daarop de tekst: "A Merry Christmas and a Happy New Year to You." In de Middeleeuwen werden echter al kerstgroeten uitgebracht. Op het Europese vasteland werden houtsnijwerken met religieuze kersttaferelen aangeboden aan geliefden of kasteelheren.

Kerststal

De kerststal is een idee van Franciscus van Assisi die in 1223 op het idee kwam een levende kerststal in het dorp Greccio (Italië) op te zetten.

21 december 2005

Het einde van de Opstand

Op 27 augustus 1585 valt Antwerpen opnieuw in Spaanse handen. Op het kasteel van Beveren tekent de protestantse burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde de overgave. Grote delen van de bevolking, vooral (protestantse) kooplui en intellectuelen vertrekken naar het Noorden.

Zowel de koning van Frankrijk als de Koningin van Engeland (Elisabeth) weigeren de soevereiniteit over de opstandige provincies te aanvaarden. Uiteindelijk neemt Engeland toch de Nederlanden in bescherming. Robert Dudley, graaf van Leicester, wordt met een troepenmacht van 6.000 man naar de Nederlanden gestuurd. De zoon van Willem van Oranje, prins Maurits, is even voordien tot stadhouder van Holland en Zeeland benoemd. Leicester laat zich uitroepen tot landvoogt maar Elisabeth gelast hem die titel op te geven omdat zij een oorlog met Spanje wil vermijden. Vanaf februari 1586 regelt Johan van Oldenbarnevelt, landsadvocaat van Holland, de interne zaken binnen de Unie. De graaf van Leicester behoudt de leiding over de militaire operaties. De kleurrijke graaf komt echter al snel in conflict met de Staten van Holland, die alles in het werk stellen om zijn macht te beperken. In 1587 vertrekt de graaf. Er worden geen verdere pogingen ondernomen om een vorst te vinden en de Republiek der Verenigde Nederlanden is een feit.

Filips II bereidt ondertussen een grootscheepse onderneming voor tegen Engeland. Hij wil het land herwinnen voor het katholieke geloof en met koningin Elisabeth afrekenen wegens haar hulp aan de Nederlanden. In 1588 vaart Filips met een grote vloot, de Armada, naar het noorden. De onderneming loopt op een drama uit voor de Spanjaarden. In juli wordt een groot deel van de Armada vernietigd en de overgebleven schepen besluiten via Schotland en Ierland terug te varen naar Spanje. Door de stormen en stromingen worden nogmaals een groot aantal schepen vernietigd.

Breda is al sinds 1581 in handen van de Spanjaarden. De schipper Adriaen van Bergen uit Leur brengt al jaren turf naar het kasteel van Breda. Hij benaderd stadhouder Maurits met het voorstel om soldaten in zijn turfschip mee te smokkelen. Op 3 maart 1590 varen zeventig soldaten de slotgracht binnen. Rond middernacht bestormen ze het kasteel en de Spanjaarden geven zich over. De verovering van Breda is het eerste militaire succes na de dood van Willem van Oranje.

In 1596 wordt een drievoudig verbond gesloten tussen de Nederlanden, Engeland en Frankrijk waarin de Republiek erkent wordt. Engeland, dat samen met de Republiek de Spaanse Armada verslagen heeft, wil meer macht op de wereldzeeën. En Frankrijk heeft weinig belang bij een Spaans gezag aan de noordgrens. Dit is een groot succes voor Johan van Oldenbarnevelt. Veel militaire waarde heeft het verbond echter niet. In 1598 sluit Frankrijk vrede met Spanje. Engeland in 1604.

In 1598 schenkt Filips II de Nederlanden als een onafhankelijke staat aan zijn dochter Isabella en haar man, aartshertog Albertus van Oostenrijk. Vanzelfsprekend erkent de noordelijke helft hen niet. Er wordt een poging ondernomen om de provinciën te verenigingen maar tevergeefs. Filips II overlijdt in datzelfde jaar.

In juni 1600 besluiten de (Noordelijke) Staten-Generaal, op aandringen van Johan van Oldenbarnevelt, dat Duinkerke aan de Vlaamse kust moet worden ingenomen. Dit omdat het een uitvalsbasis is van piraten die de handelsvloot bedreigen. Overwacht ontmoet het leger van Maurits een Spaans leger op het strand bij Nieuwpoort. De slag wordt gewonnen maar het leger raakt dermate verzwakt dat Maurits direct terugkeert naar het Noorden.

Omdat de kosten van de oorlog tegen Spanje erg hoog oplopen wil raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt vrede. Albert, de hertog van de Zuidelijke Nederlanden, ziet hier wel heil in. Op 9 april 1609 wordt in Antwerpen een Twaalfjarig bestand getekend. Tot 1621 stopt het geweld waardoor de Republiek uit haar financiele misere kan opkrabbelen. Er onstaat echter een nieuw godsdienstig en politiek conflict. Rond 1610 ontstaan in de protestantse kerk in Nederland twee stromingen rond de Leidse hoogleraren Arminius en Gomarus. Zij twisten over de leer van de voorbeschikking. De gomaristen menen dat God alles al heeft vastgelegd, maar de arminianen kennen de mens een vrije wil toe. De arminianen vragen in een remonstratie (verzoekschrift) de Staten van Holland om bescherming. Prompt sturen de gomaristen een contraremonstrantie, die erop neerkomt dat de Staten zich nergens mee mogen bemoeien.

De remonstranten waren republikeins. Johan van Oldenbarnevelt koos partij voor hen. Prins Maurits koos partij voor de contra-remonstranten. Op 29 augustus 1618 pleegt Maurits een staatsgreep. Hij laat van Oldenbarnevelt en diens medestander Hugo de Groot arresteren. Een partijdige rechtbank veroordeelt van Oldenbarnevelt op 12 mei 1619 ter dood wegens hoogverraad. Een dag later wordt hij op een schavot op het Binnenhof in den Haag onthoofd. Hugo de Groot wordt veroordeeld tot levenslange opsluiting op Slot Loevestein.

Op Slot Loevestein krijgt hij in een grote boekenkist telkens nieuw leesvoer. In maart 1621 verstopt zijn vrouw Maria van Reigersbergh hem in deze boekenkist en smokkelt hem naar buiten. Verkleed als metselaar vlucht Hugo naar Parijs.

Prins Maurits wordt in deze tijd de belangrijkste figuur in de Republiek. In 1621 overlijdt Albertus van Oostenrijk. Omdat zijn huwelijk met Isabella kinderloos is gebleven komen de Zuidelijke Nederlanden weer onder Spaans bestuur waardoor de strijd tussen de Spaanse troepen en de Republiek weer oplaaien. Op 23 april 1625 overlijdt prins Maurits. Zijn halfbroer Frederik Hendrik volgt hem direct op als prins van Oranje. Frederik Hendrik is minder star dan zijn broer en heeft veel meer allure. Hij trouwt met Amalia van Solms en het echtpaar leidt een weelderig hofleven. Grote kunstenaars uit zijn tijd zoals Rembrandt krijgen opdrachten. Ook laat hij de paleizen Noordeinde en Huis ten Bosch bouwen.

De hervatting van de strijd verloopt aanvankelijke niet gunstig voor de Republiek. Zo valt Breda in handen van de Spanjaarden. Frederik Hendrik is echter een geducht veldheer en boekt verschillende successen. In 1628 verovert de zeerover Piet Hein voor de Cubaanse kust in naam van de Republiek de Spaanse Zilvervloot: plotseling is er geld in overvloed. In 1629 wordt Den Bosch ingenomen door Frederik Hendrik.

In 1633 probeert Isabella (na de dood van haar man aangebleven als landvoogdes) op eigen gezag vrede te sluiten met de Republiek. De onderhandelingen lopen echter op niets uit en Isabella overlijdt nog datzelfde jaar. Op 4 november 1634 wordt Ferdinand van Oostenrijk de nieuwe landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. In 1635 verovert hij de steden Sierck-les-Bains en Trier waarop Frankrijk de oorlog verklaard aan Spanje. De Franse troepen verslaan de Spanjaarden in de Slag bij les Avins. Samen met het leger van de Republiek veroveren ze ook enkele steden in de Zuidelijke Nederlanden. Op 8 februari sluiten kardinaal Richelieu namens Frankrijk en Frederik Hendrik namens de Republiek een verdrag om de Waalse Nederlanden bij Frankrijk en de Vlaamse Nederlanden bij de Republiek te voegen. Dit verdrag werd echter niet van kracht omdat Frederik Hendrik zich uit argwaan terug trok.

In 1639 ondernemen de Spanjaarden een tweede poging om met een armada de zeemacht van de Republiek te breken. Deze tweede armada wordt echter door Maarten Harpertszoon Tromp verslagen in de Slag bij Duins.

In 1647 komt Frederik Hendrik te overlijden. Hij wordt opgevolgd door stadhouder Willem II. De landvoogd van de zuidelijke Nederlanden wordt aartshertog Leopold van Oostenrijk.

Inmiddels is het oorlog in grote delen van Europa, de Dertigjarige Oorlog. In 1641 beginnen de vredesonderhandelingen tussen de strijdende partijen. Hoewel de Republiek niet meevocht in de Dertigjarige Oorlog slaagde de Republiek er toch in als volwaardige staat aan de onderhandelingen mee te mogen doen.

In 1648 tekenen Spanje en de Republiek een vredesverdrag in het stadhuis te Munster. Spanje erkent de Republiek als zelfstandige staat en de Republiek hoeft geen concessies te doen in geloofskwesties. De Vrede van Munster betekent het einde van de Tachtigjarige Oorlog.

18 december 2005

Willem van Oranje vermoord

In maart 1576 overlijdt Requesens onverwachts zonder een opvolger te hebben aangewezen. Door achterstallig soldij (in september 1575 werd Spanje bankroet verklaard) en het ontbreken van een leider beginnen de Spaanse troepen te deserteren. Ze slaan aan het muiten en trekken plunderend naar het zuiden.

De Staten van Henegouwen en Brabant roepen in oktober de Staten-Generaal bijeen en knopen onderhandelingen aan met de opstandige gewesten Holland en Zeeland. Op 3 november komt de nieuwe landvoogd aan in de Nederlanden; Don Juan van Oostenrijk, de halfbroer van Filips II. Een dag later trekken Spaanse troepen moordend en plunderend Antwerpen binnen. 8000 Antwerpenaren vinden in de Spaanse furie de dood. Hierop sluiten de Nederlanden op 8 november de pacificatie van Gent. Daarin wordt onder andere afgesproken dat de Spaanse troepen de Nederlanden dienen te verlaten, de Staten-Generaal op eigen initiatief bij elkaar mag komen en niet alleen op initiatief van de vorst, dat de plakkaten worden geschorst, en dat Nederlandse edelen moeten instaan voor het bestuur van de Nederlanden. Zo wordt Willem van Oranje erkend als stadhouder van Holland en Zeeland.

In 1577 sluiten de Staten Generaal het Eeuwig Edict met landvoogd Don Juan waarin hij de pacificatie van Gent erkent. Het edict bevat echter geen garanties voor de protestante godsdienst en ontneemt Holland en Zeeland alle zeggenschap over het leger. Deze provincies erkennen de landvoogd dan ook niet.

Het doel van de Pacificatie van Gent is het herenigen van de 17 Nederlandse gewesten. Al vrij snel echter beginnen meningsverschillen op te spellen. Naast godsdienstige conflicten komt iedere provincie vooral op voor zijn eigen belang.

In oktober 1579 overlijdt Don Juan. Alexander Farnese, hertog van Parma, wordt zijn opvolger.

In 1579 worden twee - nog nauwere - verbonden (unies) gesloten. Op 6 januari wordt de Unie van Atrecht getekend. Hierin verklaren de zuidelijke provincies zich trouw aan de Spaanse koning. Er wordt wel afgesproken dat de buitenlandse troepen zich terug dienen te trekken. Twee weken later tekenen Holland, Zeeland, Gelre, Utrecht en Groningen de Unie van Utrecht. Er wordt onder andere vastgelegd dat de aangesloten gewesten naar buiten toe opereren alsof ze één gewest zijn. De ondertekenaars verklaren zich solidair tegen de Spaanse overheersing en spreken af dat de gewesten zelf de godsdienstkwestie mogen regelen.

Willem van Oranje is aanvankelijk tegen deze Unie, omdat het in feite een afscheuring is en hij nu eenmaal een verenigd Nederland als doel heeft. In 1580 doet Filips II Willem in de ban. Hiermee raakt Oranje definitief vervreemd van de Spaanse troon.

In 1581 steunt de hertog van Anjou, broer van de Franse koning, de opstandelingen met 10.000 man. De Spaanse koning Filips II moet daarmee worden afgezworen. Het Plakkaat van Verlatinghe wordt aangenomen. Oranje gelooft dat Franse steun de Opstand meer kans van slagen biedt. Het gezag van Anjou is echter beperkt en om echte macht te krijgen pleegt hij een 'staatsgreep'. Hij behaalt echter niet het beoogde succes en verlaat in juni 1583 het land.

Nadat Charlotte de Bourbon op 5 mei 1582 overlijdt trouwt Willem van Oranje op 12 april 1583 met Louise de Coligny, dochter van de leider van de Hugenoten in Frankrijk. Op 29 januari 1583 wordt hun zoon Frederik Hendrik geboren. De toestand in de Nederlanden wordt ondertussen steeds moeilijker. In 1584 komen de zuidelijke Nederlanden weer onder Spaanse heerschappij. In datzelfde jaar pleegt de fel katholieke Balthasar Gerards een fatale aanslag op Willem van Oranje. Hij doet zich voor als hugenoot en vertrekt naar Delft, waar Willem van Oranje woont in het Prinsenhof. Op 10 juli verstopt hij zich met twee pistolen achter een pilaar en wacht hem op. Hij treft Willem van Oranje met enkele dodelijke schoten. Willems laatste woorden zouden zijn: 'Mon Dieu, aie pitié de mon âme, et de ce pauvre peuple'. In het Nederlands bekend als: 'Heere Godt weest mijn siele, ende dit arme volck ghenadich''.

Balthasar wordt opgesloten, gefolterd en uiteindelijk terechtgesteld.

17 december 2005

Willem van Oranje, de Opstand

In 1568 probeert Willem van Oranje Alva te verdrijven uit Brussel. Al zijn bezittingen zijn inmiddels in beslag genomen. Hij werpt zich op als leider en roept de bevolking op de wapens tegen Alva op te nemen. De eerste veldslag is in mei 1568 bij Heiligerlee. De troepen worden aangevoerd door Lodewijk van Nassau, de jongere broer van Willem van Oranje. De slag loopt uit op een overwinning.

In 1569 voert Alva een zware belasting in: de Tiende Penning. De watergeuzen (op dat moment een stel zeerovers), profiteren van het ongenoegen. Willem ziet in de geuzen een mogelijkheid om de troepen van Alva te verslaan en verleent de geuzen het recht om de rood-wit-blauwe vlag te voeren. Op 1 april 1572 veroveren de geuzen Den Briel (op 1 april verloor Alva zijn bril; Brielle). Na den Briel sluiten meer steden in Holland en Zeeland zich bij de Opstand aan. In juli wordt Willem van Oranje door de opstandige steden van Holland en Zeeland als stadhouder erkend.

In Frankrijk vindt op 24 augustus de Bartholomeusnacht plaats waarbij duizenden hugenoten worden vermoord. Hierdoor nemen dat anti-spaanse sentimenten nog verder toe.

Bij Bergen in Henegouwen gaat het echter mis en de Oranjes moeten zich terugtrekken. Het aanvankelijke succes van de opstand had gedeeltelijk te maken met de oorlog die Spanje gelijktijdig voerde tegen Turkije. Toen de Turken eenmaal verslagen waren had Filips II zijn handen vrij en kon hij meer troepen naar het noorden sturen. Bloedbaden in onder andere Zutphen en Naarden volgen.

Direct na het bloedbad in Naarden nadert een vloot Geuzen het Spaanse leger. Het is winter en tot grote verbazing van de Spanjaarden weten de geuzen zich zeer snel over het ijs te verplaatsen. Zoals de Spaanse geschiedschrijving vertelt droegen de geuzen een bepaald soort sporen die, "met twee krammetjes op een plankje beslagen onder de holle voet worden gedragen en hen daardoor in staat stellen zich zonder uitglijden op het ijs staande te houden". Schaatsen dus.

Via Amsterdam, dat altijd aan de kant van de koning had gestaan, trekken de Spaanse troepen naar Haarlem. Volgens de legende voert de Haarlemse Kenau Simonsdochter Hasselaar hiertegen een leger aan van 300 vrouwen. Na verovering van Haarlem (na een beleg van 7 maanden) volgt op 21 augustus 1573 het beleg van Alkmaar die op 8 oktober opgegeven wordt. Alva neemt ontslag en wordt in november opgevolgd door Don Luis de Requesens die de Bloedraad en de Tiende Penning afschaft.

Na hun nederlaag bij Alkmaar, omsingelen de Spanjaarden Leiden. Ze besluiten de stad niet aan te vallen maar uit te hongeren. Bijna geeft de stad zich over, maar in juli 1574 besluiten de Staten van Holland het land rond Leiden onder water te zetten. Op 3 oktober wordt de stad ontzet door de geuzen. De stad Middelburg valt in datzelfde jaar in de handen van Oranje.

In 1575 beginnen er in Breda onderhandelingen tussen Requesens en de opstandige gewesten, die zonder resultaat blijven. De strijd vervolgd in alle hevigheid.

Op 12 juni 1575 trouwt Willem met Charlotte de Bourbon. In 1571 werd zijn huwelijk met Anna van Saksen ontbonden nadat zij overspel had gespleegd met Jan Rubens (de vader van de vermaarde schilder) van wie zij een kind kreeg, Christine van Dietz. Zij werd hiervoor in 1569 gearresteerd. Anna zou krankzinnig zijn geworden en aan uitputting zijn overleden.

Wordt vervolgd.

16 december 2005

Willem van Oranje in oppositie

In 1561 trouwt Willem met de lutherse Anna van Saksen, wat de achterdocht wekt van Filips II. Anna is een dochter van de keurvorst van Saksen en door dit huwelijk krijgt prins Willem belangrijke relaties onder de Duitse vorsten.

Zoals hier en hier uitgereid is beschreven heerst er grote religieuze onrust. Door centralisatie van politieke besluitvorming en verdere verscherping van de plakkaten tegen de luthersen lopen de spanningen tussen Willem (en enkele andere hoge edelen waaronder Filips van Montmorency, graaf van Hoorne en Lamoraal, graaf van Egmond) en Filips II hoog op.

Willem voert openlijk pleidooi voor de gewetensvrijheid van de onderdanen. Zo zegt hij: Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over de gewetens heersen.

Wanneer Filips II (na de Beeldenstorm) de hertog van Alva naar de Nederlanden stuurt om het gezag met militair geweld te herstellen (en Margaretha van Parma teleurgesteld haar ambt als landvoogdes neerlegt) nodigt Alva ('de ijzeren hertog') in Brussel Oranje en enkele andere edelen uit voor een gesprek. De meeste edelen hebben door dat het een list is. Alleen Graaf van Egmont en Graaf van Hoorne komen opdagen. Zij worden direct gevangengenomen en later door de Raad van Beroerten ter dood veroodeeld. Oranje is dan al lang gevlugt naar Dillenburg.

15 december 2005

Willem van Oranje als raadsman

Als Filips II in 1555 koning van Spanje en heer van de Nederlanden wordt, zijn Willem van Oranje en de hertog van Alva zijn belangrijkste raadsheren. Filips is een overtuigd aanhanger van de rooms-katholieke kerk en de in 1550 ingevoerde strenge plakkaten tegen de aanhangers van Luther hebben zijn volledige instemming. In de visie van de rooms-katholieke kerk is hij een vroom en sober mens. Prins Willem is daarentegen wereldsgezind, ambitieus en heeft grote waardering voor Erasmus. Ondanks de duidelijke verschillen van karakter tracht de koning Willem van Oranje aan zich te binden. In 1556 wordt Willem ridder in de Orde van het Gulden Vlies; een exclusieve ridderorde, in 1430 ingesteld door Filips De Goede.

In verband met de oorlog tegen Frankrijk krijgt Willem van Filips belangrijke diplomatieke opdrachten waardoor hij de groten van Europa leert kennen. Zo ontmoet hij de Duitse keizer en de koning van Frankrijk. Toch botert het niet echt tussen Filips en de Nederlandse adel. Als Filips in het najaar van 1559 voorgoed naar Spanje vertrekt is men daar in de Nederlanden niet echt rouwig om.

Prins Willem wordt in datzelfde jaar stadhouder.

14 december 2005

Willem van Oranje, jeugd

Willem van Oranje wordt op 24 april 1533 te Dillenburg geboren als zoon van Willem de Rijke, Graaf van Nassau, en Juliana van Stolberg. De eerste elf jaren van zijn leven krijgt Willem een Lutherse opvoeding. In 1544 sterft echter een neef van Willem: René van Châlon, die bij testament heeft bepaald dat Willem van Nassau zijn opvolger zal worden als Prins van Oranje. Keizer Karel V stemt hiermee in en in 1544 ontvangt de elfjarige Willem het prinsdom Oranje (Orange) inclusief de titel Prins van Oranje. René erfde in 1530 via zijn kinderloze oom, Philibert van Châlon, het prinsdom Oranje waarmee hij de eerste Nassau is die zich Prins van Oranje mag noemen.

Aan het prinsdom zijn belangrijke voorrechten en bezittingen in de Nederlanden verbonden. Karel V stelt wel de voorwaarde dat de verdere opvoeding van Willem moet plaatsvinden aan het hof van Brussel. De opvoeding aan het hof draagt een rooms-katholiek stempel. Met het oog op het familiebelang gaan de Nassaus hiermee akkoord.

Het blijkt al snel dat de jonge prins over bijzondere politieke gaven beschikt. Aan het hof leert hij onder andere Alva, Granvelle en de zoon van Karel V, Filips II, kennen.

Op 19 juli 1551 treedt de 18-jarige prins Willem in het huwelijk met Anna van Egmond van Buren (zie plaatje). Op 19 december 1554 wordt hun heerste zoon geboren: Filips Willem van Oranje-Nassau. Door dit huwelijk vergroot Willem zijn belangen in de Nederlanden, die in die tijd bestaan uit 17 gewesten.

Als Karel V op 25 oktober 1555 terugtreedt als Koning van Spanje, Keizer van Duitsland en Heer der Nederlanden, zegt Karel tegen zijn zoon Filips II: Houdt deze man in ere, hij kan je waardevolste raadgever en steun zijn.

Willem komt in deze periode naar voren als een trouw Katholiek, hoewel hij de kritiek van Erasmus deelt.

Op 24 maart 1558 overlijdt zijn vrouw Anna van Buren op slechts 25-jarige leeftijd. Ze ligt begraven in Breda.

13 december 2005

De Reformatie

De Reformatie is een godsdienstige beweging in de 16e eeuw onder leiding van Maarten Luther en Johannes Calvijn. De beweging werd in gang gezet toen Luther in 1517 zijn 95 stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg hing. Luther was onder andere tot de conclusie gekomen dat men niet (volgens katholieke opvatting) door het verrichten van goede werken de hemel kan verdienen, maar dat rechtvaardiging een vrije gave van God is, enkel gebaseerd op genade.

Door protestanten wordt de Reformatie dus gezien als een grote opwekking. Door de Rooms-Katholieke Kerk afgewezen en bestreden, hierbij gesteund door katholieke vorsten als Filips II.

Onder andere dankzij de verbreiding van de boekdrukkunst groeit de aanhang van de reformatoren snel. Op het Concilie van Trente is 126 maal een vervloeking (anathema sit, die zij vervloekt) uitgesproken over de aanhangers van de Reformatie. Met dit concilie is de zogenaamde Contrareformatie ingezet. Men besluit de opleiding van de priesters te verbeteren en de geloofsleer nauwkeuriger vast te stellen. Het protestantisme wordt tot ketterij bestempeld en een inquisitie wordt ingesteld om de afvalligen te bestrijden.

In 1563 wordt aan de universiteit van Heidelberg de Heidelbergse Catechismus opgesteld. Daarin staan alle beginselen en leerregels van de protestanten. Tijdens de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) wordt het gebruik van de Heidelbergse Cathechismus in de kerken aanbevolen. In de gereformeerde kerk wordt de Heidelbergse Cathechismus nog steeds gebruikt.

In 1566 volgt de Beeldenstorm, zie Margaretha van Parma, Beeldenstorm.

Bestrijders van de hervorming verweten Desiderius Erasmus ('Gerrit Gerritszoon', 1466-1536, geboren als onwettig kind van een Goudse pastoor en zijn huishoudster) dat hij met zijn Griekse uitgave van het Nieuwe Testament en zijn boek 'Lof der Zotheid', wat een satire is op de misstanden in kerk en wereld, de weg had geplaveid voor Luther. Erasmus had echter, in tegenstelling tot Maarten Luther, geen directe kritiek op het geloof zelf. Als humanist had hij bezwaren tegen het provocerende optreden van Luther.

Margaretha van Parma, Beeldenstorm

Margaretha van Parma (1522-1596) werd in 1559 door haar halfbroer Filips II aangesteld als landvoogdes over de Nederlanden. Ze was een ontwettig kind van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst, dochter van een wever. Ze werd opgevoed in Brussel door haar oudtante Margaretha van Oostenrijk en haar tante Maria van Hongarije.

In 1536 trouwde ze met haar eerste echtgenoot Alessandro de Medici, hertog van Florence. Hij werd in 1537 vermoord. In 1538 trouwde ze met Octaaf Farnese, een kleinzoon van paus Paulus II. Met hem kreeg ze een kind, de latere landvoogd Alexander Farnese.

Bij haar aantreden als landvoogdes wordt ze aanvankelijk bijgestaan door kardinaal Granvelle. Hij is Filips' sterke man in de Nederlanden. Wanneer hij een ereplaats krijgt toegewezen in de Raad van State is dat voor Nederlandse edellieden het bewijs dat Filips II hun weinig politieke invloed gunt. Willem van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, is hierbij zijn grootste tegenstander. In 1562 wordt daarom een verbond van edelen opgericht (de Liga der Groten) die het vertrek van Granvelle eisen. In 1564 vertrekt de kardinaal onder het mom van een bezoek aan zijn moeder in Franche-Comté. Hij keert niet meer terug en de hoge edelen krijgen meer invloed in de Raad van State.

Margaretha kwam intussen steeds meer klem te zitten tussen haar halfbroer de koning enerzijds en de locale adel anderzijds. Door de strenge wetgeving van Filips II worden niet-katholieken op bloedige wijze vervolgd. Op 5 april 1566 wordt haar daarom het Smeekschrift der Edelen aangeboden, waarin de edelen protesteren tegen de vervolgingen. Het schrift is met opzet niet gekant tegen Filips II maar tegen de Inquisitie. Bang voor onrust geeft de landvoogdes toe.

Met velen tegelijk komen mensen in de Lage Landen nu opdagen bij calvinistische preken in de buitenlucht; hagenpreken. Behalve een gevoel van vrijheid komt er ook woede los. Dit loopt op 10 augustus 1566 in het Zuid-Nederlandse Steenvoorde uit de hand. Een menigte overvalt een klooster en vernielt alle religieuze beelden. De Beeldenstorm slaat al snel over naar andere steden. Filips II stuurt hierop de hertog van Alva naar de Nederlanden om het gezag met militair geweld te herstellen. Margaretha legt teleurgesteld haar ambt neer.

12 december 2005

Filips II van Spanje

Filips II van Spanje (1527-1598) was de enige zoon van keizer Karel V bij zijn echtgenote Isabella van Portugal. Hij verkreeg de Spaanse troon in 1556 en was al in 1555 zijn vader opgevolgd als landsheer van de Lage Landen.

In 1543 trouwde hij met prinses Maria van Portugal. Zij kregen in 1545 een zoon, Don Carlos. In 1546 overleed Maria. In 1554 trouwde hij Maria I van Engeland (Bloody Mary). Zij overleed kinderloos in 1558. Hierop probeerde Filips koninging Elizabeth I te trouwen, maar zijn pogingen waren tevergeefs. Zijn zoon Don Carlos overleed kort hierna.

In 1559 sloot Spanje na 60 jaar oorlog vrede met Frankrijk. Als onderdeel van het vredesverdrag huwde Filips II met de dochter van de Franse koning Hendrik II, prinses Elisabeth. Elisabeth kreeg twee dochters. Bij zijn vierde vrouw Anna, dochter van Maximiliaan II, kreeg hij in 1578 een zoon, Filips III, die hem kon opvolgen.

Filips II zag zichzelf als leider van de contrareformatie. Zijn toewijding voor de Katholieke Kerk maakte Filips II zeer agressief en gericht op expansionisme. Met de eigenwijze Nederlandse edelen kon hij echter niet goed overweg. Tijdens zijn bewind kampte hij met grote staatsschulden en het oprukkende protenstantisme. In 1559 liet hij het bestuur van de Lage Landen over aan zijn onwettige halfzuster Margaretha. In datzelfde jaar benoemde hij Willem van Oranje tot stadhouder van Holland.

Bij de Beeldenstorm in 1566 in de Nederlanden stuurde hij in 1567 Fernando Alvarez de Toledo (Alva) om orde op zaken te stellen. Tegen het keiharde optreden van Alva brak snel groot protest uit, wat in 1568 resulteerde in het begin van de Tachtigjarige Oorlog.


Rond 1580 erfde Spanje Portugal doordat de koninklijke familie van Portugal uitstierf. Filips' moeder was een Portugese prinses en Filips benoemde zichzelf tot koning van Portugal. De bezetting van Portugal leverde nieuwe koloniën en rijkdommen op, maar door de invasie van Portugal werd de greep op de opstand in de Nederlanden verminderd. De opstandelingen maakten hiervan handig gebruik en in 1581 verklaarden de Noordelijke Nederlanden zich onafhankelijk van Spanje.

De executie van de katholieke koningin Maria I van Schotland in opdracht van koningin Elizabeth I van Engeland en de steun van de Engelsen voor de opstandelingen in de Nederlanden waren voor Filips II de reden een Engelse invasie te wagen. Met een enorme vloot, de Armada genaamd, vertrok zijn leger in 1588 naar Engeland. De Armada leed echter een vernietigende nederlaag en Filips II moest van zijn plannen afzien.

Tussen 1590 en 1598 raakte Spanje opnieuw in oorlog met Frankrijk, ditmaal om te voorkomen dat Frankrijk een protestants bolwerk zou worden. De oorlog met Frankrijk gaf de opstandelingen in de Nederlanden extra ruimte en de komende jaren zou de nieuwe Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onder leiding van prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt grote successen boeken.

Filips II stierf, volledig bankroet, in 1598. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Filips III.

11 december 2005

Habsburg

Het huis Habsburg is een belangrijk Europees vorstengeslacht. Rudolf I (1273) was als eerste Habsburger koning van het Heilige Roomse Rijk; een politieke opeenhoping van landen in West- en Centraal-Europa.

De Habsburgers Filips de Schone (1478-1506) en zijn zoon Karel V (1500-1558) heersten over een rijk dat Spanje, Oostenrijk, de Nederlanden, Napels en Sicilië omvatte. Na de dood van Karel V werd het rijk gesplitst; zoon Filips II kreeg Spanje en de Nederlanden, zijn broer Ferdinand I kreeg de Duitse gebieden. Ferdinand voegde daar door huwelijk Hongarije aan toe.

De Spaanse tak stierf in 1700 uit. De Oostenrijkse tak had in 1740 geen mannelijke nakomelingen. De dochter van keizer Karel VI uit het Huis Habsburg, Maria Theresa (zie plaatje), werd hiermee de enige vrouw in de 650-jarig lange Habsburg-dynastie. Zij werd koningin van Bohemen en Hongarije, haar echtgenoot Frans van Lotharingen werd keizer.

De laatste Habsburgse keizer was Karel I (1887-1922); na de Eerste Wereldoorlog viel Oostenrijk-Hongarije uiteen, en was de macht van de Habsburgers ten einde.

Johanna de Waanzinnige

Johanna van Kastilië, bijgenaamd de Waanzinnige (in het Spaans: Juana la Loca) leefde van 6 november 1479 - 12 april 1555. Zij was een dochter van de Katholieke Koningen Ferdinand en Isabella, een oudere zus van Catharina van Aragón (de moeder van de Engelse Koningin Mary I), de moeder van keizer Karel V en grootmoeder van Filips II (de echtgenoot van Koningin Mary I).

Johanna trouwde op 20 oktober 1496 met Filips de Schone. Na de dood van enkele familileden werd zij in 1502 erkend als troonopvolgster van de Spaanse koninkrijken Kastilië en Aragón. Na haar moeders dood in november 1504 werd ze koningin van Kastilië maar ze bleek ongeschikt om te regeren. Haar taak werd waargenomen door haar vader Ferdinand, en daarna voor korte tijd door haar man Filips I.

Toen Filips in september 1506 stierf raakte ze geestelijk volledig de weg kwijt, wat haar de bijnaam de Waanzinnige opleverde. Het lijk van haar man werd gebalsemd en in een loden kist gelegd, die Johanna in haar slaapkamer liet plaatsen. Elke ochtend liet ze de kist openen in de hoop dat Filips tot leven zou zijn gekomen. Ook als zij op reis ging nam ze het lijk van haar echtgenoot met zich mee. Uiteindelijk werd Johanna krankzinnig verklaard en haar vader, Ferdinand, wist haar ervan te overtuigen dat Filips moest worden begraven. Ze werd opgesloten in een kasteel in Tordesillas waar zij na een lange tijd van afzondering in 1555 overleed.

10 december 2005

Elizabeth I

Elizabeth I van Engeland werd geboren op 7 september 1533 in het koninklijk paleis in Greenwich, Londen, als dochter van Hendrik VIII en zijn tweede vrouw Anna Boleyn.

Door de Rooms-Katholieke Kerk werd Elizabeth beschouwd als ontwettig kind, desondanks werd ze, na haar oudere halfzuster Mary (dochter van Hendriks eerste vrouw Catharina van Aragón) erkend als troonopvolger. Toen ze drie jaar was, werd haar moeder beschuldigd van verraad en onthoofd. Haar vader hertrouwde en kreeg een langverwachte zoon, Edward VI, die de eerste in de lijn van troonopvolging werd.

Toen Hendrik VIII in 1547 overleed, kwam de opvoeding van Elizabeth op de schouders terecht van haar stiefmoeder (Hendriks zesde echtgenote, Catharina Parr) en haar nieuwe echtgenoot. Elizabeths broer, die na het overlijden van Hendrik koning werd, overleed in 1553. Hierop werd haar oudere zus Mary koningin van Engeland. Mary, die een overtuigd katholiek was, probeerde haar protestantse zus tot het katholicisme te bekeren. Toen dit mislukte werd Elizabeth gevangen gezet in the tower of London.

Mary I trouwde met de Spaanse koning Filips II. Toen ze in 1558 kinderloos overleed bleef Elizabeth over als enige troonopvolger.

Elizabeth werd in januari 1559 gekroond tot koningin van Engeland. Haar 45-jarige regering zou in het teken staan van de spanningen tussen protestanten en katholieken.

Haar hele leven bleef ze ongehuwd wat haar de bijnaam 'Virgin Queen' opleverde. Filips II, weduwnaar van haar oudere zus probeerde tevergeefs met haar te trouwen. Een andere kandidaat was de 23 jaar jongere Frans van Anjou, de jongere broer van de Franse koning. Hij overleed echter onverwacht. Volgens de geruchten zou Elizabeth een relatie gehad hebben met Robert Dudley, de graaf van Leicester.

Elizabeth steunde protestantse opstandelingen in Frankrijk en de Nederlanden. Deze steun, en de vervolging van de katholieken, maakte dat Spanje Engeland wilde bezetten. De Spaanse armada werd echter in 1588 verslagen.

Tijdens de regeringsperiode van Elizabeth I kwam Engeland in een bloeiperiode terecht. Literatuur kwam tot grote ontwikkeling, en overzeese koloniën (waaronder Noord-Amerika) werden veroverd.

Elizabeth stierf op 24 maar 1603 en werd begraven in Westminster Abbey. Haar dood betekende het einde van de Tudordynastie. Ze werd opgevolgd door James I uit het huis Stuart.