Politiek is in de 19e eeuw een aangelegenheid van voornamelijk liberale notabelen die op persoonlijke titel in de Tweede Kamer zitten. In 1879 werd de eerste politieke partij (christen-democratisch) opgericht: de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Abraham Kuyper was de man achter deze partij. De naam van de partij was een openlijke stellingname tegen de beginselen van de Franse revolutie. Het belangrijkste punt van de ARP was de gelijkstelling van het openbaar en bijzonder (christelijk) onderwijs. Dit werd overigens pas in 1917 gerealiseerd, samen met de invoering van het algemeen kiesrecht.
Voordien gold het censuskiesrecht waarbij alleen mannen die een zeker bedrag aan belastingen betaalden mochten stemmen. Vanaf 1917 mochten alle mannen boven de 22 jaar meedoen. Vrouwen konden volgens het nieuwe kiesrecht alleen gekozen worden. Pas in 1919 kregen vrouwen actief kiesrecht. Tevens werd in 1917 het stelsel van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd. Enkele partijleiders na Kuyper waren onder meer Hendrik Colijn en Willem Aantjes.
In 1885 werd de Liberale Unie, een gematigd progressieve partij, opgericht onder voorzitterschap van Isaac Levy. De partij bestond uit een progressieve vleugel, een conservatieve vleugel en een middengroep. Tussen de conservatieven en de rest van de partij ontstond echter al snel ruzie waardoor de conservatieven zich afsplitsten tot de Oud-liberalen en vanaf 1906 in de Bond van Vrije Liberalen.
In 1901 vond een tweede afsplitsing plaats toen de linkervleugel van de partij de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) oprichtte. Reden was de lage prioriteit voor de invoering van het algemeen kiesrecht.
In 1921 werden de nieuwe partijen weer verenigd in de Liberale Staatspartij.
In 1888 kwam Domela Nieuwenhuis als eerste socialist in de Tweede Kamer. Op voornamelijk zijn initiatief ontstond in 1881 de Sociaal Democratische Bond (SDB). Bij de verkiezingen van 1891 werd hij herkozen.Toen hij echter zijn heil begon te zoeken in anarchisme richtten voorstanders van deelname aan het parlement de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij op. De Friese advocaat Pieter Jelles Troelstra werd het charismatisch boegbeeld van de SDAP.
In 1909 vond een afsplitsing plaats in de vorm van de Communistische Partij van Nederland (CPN).
Enkele leden van de Anti-Revolutionaire Partij die tegen een te grote uitbreiding van het kiesrecht waren richtten in 1908 de Christelijk-Historische Unie op. Deze partij stond onder leiding van jonkheer Alexander de Savornin Lohman. Aanhangers van deze partij waren voornamelijk leden van de hervormde kerk.
In 1918 werd de Staatkundig Gereformeerde Partij opgericht uit onvrede met de bestaande protestans-christelijke partijen.
De Roomsch-Katholieke Staatspartij werd in 1926 opgericht en bleef bestaan tot direct na de Tweede Wereldoorlog de Katholieke Volkspartij (KVP) werd opgericht.
In december 1931 richtte Anton Mussert de Nationaal Socialistische Beweging op. Onder invloed van Hitlers successen maakte de NSB vanaf 1933 een stormachtige groei door. De NSB werd vereenzelvigd met Hitlers nazi-partij. Na de Tweede-Wereldoorlog werd de NSB verboden en werden veel van haar leden berecht wegens landverraad. Mussert zelf kreeg de kogel.
Eind jaren veertig vond er een afsplitsing plaats van de ARP in de vorm van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). In 2001 is de GPV (samen met de Reformatorische Politieke Federatie) opgegaan in de ChristenUnie.
De VDB is in 1946 met de SDAP opgegaan in de PvdA.
In 1948 is de VVD ontstaan uit de Partij van de Vrijheid (vanaf 1946 voortzetting van de Liberale Staatspartij) en enkele leden van de VDB.
In 1980 zijn de Christelijk-Historische Unie (CHU), de Katholieke Volkspartij (KVP) en de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) opgegaan in het Christen-Democratisch Appèl (CDA).
In 1991 ontstond uit de CPN, de Pacifistisch Socialistische Partij (1957) en de Politieke Partij Radicalen (1986, afsplitsing van de KVP en ARP) Groen-Links.
De SP werd in 1972 opgericht als afsplitsing van de KEN (Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland die op haar beurt een voortzetting was van een maoïstische afsplitsing van de CPN: het Marxistisch Leninistisch Centrum Nederland.)
Het progressief/sociaal liberale D66 werd op 14 oktober 1966 opgericht door Hans van Mierlo.